Vandaag gaan we voor de eerste maal over de kaap van de 4000 meter en wel over de Barachalang, een pas van 4800 meter. Daarna gaan we slapen in Sarchu, een fixed Camp. Na voor sommigen een goede en voor anderen een minder goede nacht vertrekken we goedgemutst voor onze eerste echt hoge pas. We rijden weer langs weergaloze vergezichten en over allerhande wegen. Met woorden kun je deze indrukken niet beschrijven dus laten we de foto’s voor zich spreken. Hoewel ook de foto’s niet de werkelijkheid kunnen weergeven. De kleurschakeringen zijn zo verscheiden dat het soms voorvalt dat we met tranen in de ogen rondrijden, onder de indruk van al dit moois.

Onderweg is er een brug die hersteld moet worden. Er sraan een 40-tal mannen rond de te herstellen plaats van de brug. En maar uitleggen, maar niemand die iets doet. Uiteindelijk is het onze crew die de brug fixt.

Minder mooi is wanneer we ’s avonds in ons fixed camp aankomen en blijkt dat de vader van Robert (onze reisbegeleider), Henk ten val is gekomen. De val is juist gebeurd voor Robert en deze is diep onder de indruk. Uiteindelijk blijkt de schade nogal mee te vallen en lijkt hij enkel een kneuzing van zijn enkel te hebben.

Het fixed Camp betreft een tentenkamp waarbij wij per 2 een eigen tent hebben. Geloof het of niet maar elke tent heeft zijn eigen toilet en wasbakje. We zitten hier echt in the middle of nowhere maar toch slagen onze begeleiders erin ons een klepke aan te bieden. Waar ze het gehaald hebben, God mag het weten, maar we kunnen op 4200 meter hoogte toch ons klepke drinken. Na het avondmaal, rond 20:15 is iedereen doodmoe en gaat slapen.

Het is werkelijk zeer raar wat de hoogte met je doet. Je hebt een zeer raar gevoel in het hoofd. Een soort van druk, geen hoofdpijn. Elke beweging die je doet kost veel moeite. Je bent onmiddellijk heel erg vermoeid. Zelfs na het aantrekken van je schoenen moet je even bekomen van de “inspanning”. Raar maar waar.

Tot hiertoe niemand hoogteziek.